zondag 11 december 2011

Hoeveel Griekenlanden zijn er?

Sinds in november 2009 de toen net aangestelde Minister van Financiën Giorgos Papaconstantinou onthulde dat zijn voorgangers stelselmatig valse cijfers over het begrotingstekort hadden gepresenteerd, beheerst de Griekse economie de economische katerns. Ondanks dat het BBP van Griekenland minder dan 2% van dat van de totale EU uitmaakt, veroorzaakte de bekendmaking onrust op de beurzen en zette de koers van de euro onder druk. Het effect van het nieuws is verstrekkender dan de kille cijfers.
Op zoek naar meer onthullingen stropen de media de wereld af naar vergelijkbare situaties. Italië, Spanje, Portugal en Ierland worden geslachtofferd. Zonder te stellen dat de veronderstellingen niet bewaarheid kunnen gaan worden, stoort mij het gemak waarmee men elkaar napraat.
Van de genoemde landen heeft Ierland met 60%, de EU-norm, de laagste staatsschuld als percentage van het BBP. Beter dan Duitsland, dat met meer dan 66% een historisch hoge schuld heeft. Minder ook dan Frankrijk waar de staatschuld al naar de 80% loopt.

Italië zit al vele jaren boven de 100%, maar heeft een econonische structuur die niet te vergelijken is met die van bijvoorbeeld Nederland. Ons land is op gezinsniveau bijna Europees Kampioen schulden maken. Ervan uitgaande dat de huizenprijzen wel blijven stijgen, kiezen wij massaal voor aflossingsvrije hypotheken, als het even kan gekoppeld aan een pensioen. Italianen, Spanjaarden en Portugezen hoeven daar helemaal niet aan te denken. Los van het feit dat er nauwelijks regelingen zijn, is er zo weinig vertrouwen in de overheid dat men daar het spaargeld zeker niet parkeert. Een ouwe sok is veiliger, met als gevolg dat het zwartgeldcircuit (Spanje naar schatting 20%, Italië 25% en Griekenland zelfs 30% van de witte economie) floreert. Officiële werkloosheidcijfers zeggen dan ook niet veel. Zelfredzaamheid vertaalt zich naar zwarte baantjes. Veel bewoners van de Europese kant van de Middellandse Zee zijn dan ook rijker dan we denken. Onderzoek in 2007 wees uit dat het vermogen van Italiaanse gezinnen gemiddeld 8,6 keer zo groot is als hun inkomen. In Nederland was het vermogen toen slechts 4,6 maal het gezinsinkomen. Wij hebben dan ook per persoon drie keer zoveel schuld als de gemiddelde Italiaan.

De Spaanse staatsschuld is opgelopen van 36,2% in 2008 naar 54,3% in 2009 en het vooruitzicht voor 2010 is een verdere stijging naar 66,5%. Ter vergelijking, de Nederlandse staatsschuld was in het goede jaar 2008 al 58,2%, hoger dus dan die van Spanje in het slechte jaar 2009.
De werkeloosheid in Spanje is met 18,8% niet historisch hoog, maar wel verontrustend. 
Het GDP per persoon bedroeg in 2009 € 23.000 tegen € 22.152 in 2006, het jaar dat de bomen tot in de hemel groeiden. Voor 2010 wordt een verdere groei voorzien tot € 23.800. Zet dat af tegen de deflatie in 2009 en de zeer geringe inflatie op dit moment, dan betekent dit een stijging van de koopkracht voor dat deel van de beroepsbevolking (80%) dat wel  een baan heeft. Gaat het daarmee goed in Spanje? Nee allerminst, er zijn terecht grote zorgen en er is gerede twijfel of de regering Zapatero in staat is het tij te keren. De problemen laten zich namelijk niet vergelijken met die van Griekenland en evenmin met die van Nederland of Duitsland.
Naast het imploderen van de bouwsector, jarenlang de pijler van de economie, is Spanje een van die landen met een enorm tekort op de handelsbalans. De export van Nederland naar Spanje bedraagt jaarlijks zo´n 12 miljard Euro, andersom is dat ongeveer de helft. Die verhouding geldt voor de meeste van haar belangrijke handelspartners. Structureel verdwijnt er te veel geld uit Spanje. Van oudsher is er export naar de Spaanstalige landen in Latijns Amerika, maar dat is onvoldoende om de handelsbalans gezond te krijgen. Het is dan ook verbazingwekkend dat Spanje wel veel doet om investeerders aan te trekken, goed voor de werkgelegenheid en voor de export op lange termijn, maar relatief weinig om nu de export te bevorderen.
Economisch krabbelen we wat op en wie geschoren wordt moet stil blijven zitten, maar voor wie het zich kan veroorloven zijn tijden van crisis bij uitstek geschikt voor ´landje pik´. Bedrijfspanden zijn tegen aantrekkelijke prijzen te koop of te huur en personeel is ruimer beschikbaar en minder veeleisend. Financiering is vaak moeilijker, maar wel goedkoop dankzij lage rentes.
Psychologisch is een recessie een uitstekend moment voor een marktentree. De nieuwe toetreder begint op nul en kan slechts (marktaandeel) winnen met een kostenniveau dat op minimale volumes is gebaseerd. Bestaande partijen zien hun omzet dalen en/of het marktaandeel slinken en worden gedwongen de kosten omlaag te brengen. Ze verzwakken daar waar de toetreder zich aan het versterken is. Het psychologisch effect van winnen of verliezen is op de markt en op de medewerkers van alle betrokken partijen enorm.
Meer over anticyclisch investeren is te lezen in mijn nieuwe E-boek Marktentreestrategie, te bestellen via www.market-entry-strategy.com.

Noordwijkerhout, april 2010

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen