Voor de begripsvorming nog een paar cijfers. Volgens opgave van het CBS waren de BRIC-landen in 2011 de bestemming voor 3,9% van onze (de Nederlandse) export, gezamenlijk net iets meer dan naar het in zeer zwaar weer verkerende Spanje. In die periode hebben we bijna vier keer zo uitgevoerd naar België en ging er zelfs 6x meer naar Duitsland dan naar de hele BRIC samen.
Posts tonen met het label India. Alle posts tonen
Posts tonen met het label India. Alle posts tonen
maandag 12 december 2011
BRIC, kritische noot bij een hype
Brazilië, Rusland, India en China behoren tot de snelst groeiende economieën ter wereld. Gemakshalve duiden we dit illustere groepje aan als BRIC. Gevieren goed voor bijna 2,9 miljard wereldburgers, meer dan 41% van de mondiale bevolking. Volgens vriend en vijand een markt van zo´n enorme omvang, dat we er allemaal hardlopend naartoe moeten. Die 41% staat voor 17,8% van het totaal wereldwijde Bruto Binnenlands Product. Ter vergelijking, de EU neemt met 7,1% van de wereldbevolking 31,5% van het totaal BBP voor haar rekening.
Voor de begripsvorming nog een paar cijfers. Volgens opgave van het CBS waren de BRIC-landen in 2011 de bestemming voor 3,9% van onze (de Nederlandse) export, gezamenlijk net iets meer dan naar het in zeer zwaar weer verkerende Spanje. In die periode hebben we bijna vier keer zo uitgevoerd naar België en ging er zelfs 6x meer naar Duitsland dan naar de hele BRIC samen.
Op het gevaar af te worden weggezet als iemand die de realiteit van de toekomst van deze markten niet wil inzien, meen ik de overdreven aandacht voor de BRIC-landen te moeten nuanceren. Ik heb het gevoel dat er op grote schaal wordt gepapagaaid over deze nieuwe paradijzen voor exporterend Nederland. Op basis van de huidige cijfers is er in ieder geval weinig aanleiding om veel te investeren in deze bovengemiddeld lastig toegankelijke landen. De reden om wel voor een BRIC-land te kiezen moet dus liggen in de lange termijn. Dan bedoel ik dus niet om nu nog een graantje mee te pikken van het WK voetbal of de Olympische Spelen in Brazilië. Die business is vergeven. Ik kan mij daarentegen wel voorstellen dat het zin kan hebben om voorzichtig iets te laten wortelen. Het feit dat deze economieën groeien heeft veel te maken met de toenemende vraag uit binnenlandse markt. Dat impliceert echter geenszins dat aan die vraag slechts door import kan worden voldaan. Het overgrote deel van die consumptie kan lokaal worden geproduceerd. Sommige producten zijn er ´nog´ niet en worden in Europa en de VS ingekocht, maar de nieuwe markten maken grote stappen. De vraag is of men de Europese bedrijven over 3 of 5 jaar, net als ze een beetje uit de aanloopkosten beginnen te komen, ook nog nodig heeft? Ik sommige gevallen zal het antwoord ´ja´ zijn, in veel meer gevallen ´nee´. Wie een op lange termijn verdedigbaar concurrentievoordeel heeft, doet er zeker verstandig aan om zorgvuldig een marktentreestrategie voor een BRIC-land te ontwikkelen. Dat geldt ook voor wie er een bedrijf wil opzetten dat totaal gaat integreren in de binnenlandse markt. Zorg er wel voor over een heel lange adem te beschikken.
Beschouw dit betoog niet als een pleidooi tegen het ondernemen in of het exporteren naar de BRIC-landen, maar waak voor de hype en vraag u af of dichterbij niet sneller en eenvoudiger new business is te doen. Turkije, het Midden-Oosten en delen van Noord-Afrika, om maar wat voorbeelden te geven, zijn kleinere economieën, maar dat wil niet zeggen minder interessant. Niet de omvang en groei van de markt bepaalt hoe groot de kans is op succes, maar de mate waarin de markt interesse heeft in uw product. De tijd van ontwikkelingswerk is voor wat betreft de BRIC-landen voorbij. We hoeven er niet naartoe om onze kraaltjes te brengen, zij hebben hun eigen vraag en een grote economie is veelal beter in staat aan die eigen vraag te voldoen dan een kleine. Vul eens naar eerlijkheid het landenselectiemodel in uit mijn boek Marktentreestrategie (www.ondernemen.in/E-BoekMES). Scoort een van de BRIC-landen daarin hoog, dan heeft u er iets te zoeken, dan heeft uw bedrijf namelijk voor dat betreffende land een op lange termijn verdedigbaar concurrentievoordeel ten opzicht van lokale producenten of importen uit andere delen van de wereld.
Voor de begripsvorming nog een paar cijfers. Volgens opgave van het CBS waren de BRIC-landen in 2011 de bestemming voor 3,9% van onze (de Nederlandse) export, gezamenlijk net iets meer dan naar het in zeer zwaar weer verkerende Spanje. In die periode hebben we bijna vier keer zo uitgevoerd naar België en ging er zelfs 6x meer naar Duitsland dan naar de hele BRIC samen.
zondag 11 december 2011
Mondiale krachtpatser
Denkend aan India duizelt het getallen. Alles is er meer en groter. Een ontwikkelingsland dat sneller dan denkbaar transformeert in een mondiale krachtpatser.
De 4e economie ter wereld met een middenklasse van 300 miljoen, meer dan de hele bevolking van de VS. Een land waar 1 op de 3 ondervoede kinderen in de wereld woont en niet minder dan 15 miljoen van haar inwoners extreem rijk is.
Economisch gaat alles in mega. In 1991 werden er in India 150.000 auto’s verkocht, vorig jaar 10 miljoen. Het aantal mobiele telefoons stijgt maandelijks met 3 miljoen. In 2007 gingen er 72 miljoen mobieltjes over de toonbank. 180 miljoen huishoudens hebben televisie (in de VS 100 miljoen). In minder dan 2 decennia steeg het aantal TV-kanalen van een handvol naar 350.
Als columnist wordt je geacht overal een mening over te hebben. Als het om India gaat is dat niet zo simpel. Zakendoen met Indiërs is, zo weet ik uit ervaring, vaak gecompliceerd. Net als veel andere Aziaten zijn ze te vriendelijk om uw humeur te ontregelen met de mededeling dat de overeengekomen levering niet op tijd zal worden verscheept. Dat merkt u pas als het zover is. Wat u begrepen had als een afspraak wordt later uitgelegd als het begin van een gesprek. Aan de andere kant spreken 350 miljoen Indiërs Engels en is de zakelijk communicatie daarmee zelden een probleem. Ook qua infrastructuur doet India het goed, om over de ondernemersmentaliteit maar te zwijgen. In iedere Indiër schuilt een entrepreneur en ook op het mondiale toneel weert men zich steeds meer. Onze eigen Hoogovens, al weer heel wat jaartjes bekend als Corus, is sinds kort in handen van Tata. Een clubje van 350.000, over tal van branches verdeelde, werknemers en vorig jaar een winst van 62 miljard USD.
De grote zorg zit in die onstuimige groei. Over 25 jaar zal India naar verwachting 1,6 miljard inwoners hebben die allen enige vorm van welvaart zullen nastreven. Geen ander land ter wereld zal die voortgaande industrialisering en consumentenvraag meer merken. Een overweldigend energie- en milieuprobleem lijkt onafwendbaar. Daarnaast woont 70% van de bevolking op het platteland en is arm tot zeer arm. Omdat de banken niet thuis geven is kredietverlening aan boeren is in handen van woekeraars. Schandalig hoge rentes maken de situatie zo uitzichtloos dat zelfmoord op grote schaal voorkomt. Boeren zullen in toenemende mate naar de steden trekken. Nog veel bedreigender is het reële gevaar dat als de situatie van de armen niet verbetert, zij massaal in opstand zullen komen en de economie en samenleving totaal zullen ontwrichten. Als India is staat zal zijn het milieu te beschermen en de armen te betrekken in de economische groei, dan is er een enorm perspectief. Of dat lukt…… Ik houd mijn hart vast.
Deze tekst is in oktober 2008 geplaatst als column in Ondernemen.in Magazine
Allemaal naar China en het vergeten Duitsland
Op 22 november 2005 brak tijdens het symposium Ondernemen in Duitsland de nieuwe ambassadeur voor ons land in Berlijn, Drs. P.P. van Wulfften Palthe, een lans voor meer aandacht voor de Duitse taal. Een roepende in de woestijn? Het lijkt erop, maar gelijk heeft hij wel. De uitdrukking ‘wat je ver haalt is lekker’ lijkt heden ten dage wel heel letterlijk genomen te worden. Ik krijg het gevoel dat we onze oosterburen meer en meer beschouwen als een provincie die we er wel even bij doen. Een kwart van onze export gaat naar Duitsland. We exporteren meer naar Baden-Württemberg dan naar China en Japan samen. En meer naar Nordrhein-Westfalen dan naar de VS, China en Rusland. In relatieve zin verliest het Nederlandse bedrijfsleven positie in Duitsland. Een verlies van 1% marktaandeel staat gelijk aan meer dan een half miljard Euro.
Ondertussen trekken we massaal de globe over. Het Nederlands consulaat in Shanghai ontvangt dagelijks meer Nederlandse delegaties dan het aankan. U hoort mij niet zeggen dat we de opkomende grootmacht China niet serieus moeten nemen. In tegendeel, maar de wijze waarop we thans als hijgende herten achter elkaar aan naar China rennen komt mij wat overspannen over. Letterlijk met 10 man op een rij worden meerdere malen per dag Nederlandse zakenlieden in het Duizendjarige Rijk gedropt, bang om te laat te zijn. De Chinezen pakken het heel slim aan. Die hebben een lange termijn strategie. Je merkt het al in de attitude. Een Chinees die zonder deal terugkomt uit Europa wordt niet meewarig aangekeken. Wij worden daarentegen niet begrepen door onze collegae als we de halve wereld zijn rondgereisd zonder tastbaar resultaat. Ondertussen verdwijnt er meer en meer productie uit Europa naar China, waarmee we onze kinderen beslist geen dienst bewijzen. Over 20 jaar is China een wereldmacht, daar ben ik van overtuigd. Groter is de vraag welk concurrentievoordeel ons dan rest in Europa. We kunnen onmogelijk een economie draaiende houden op louter dienstverlening. Het tempo van de ontwikkeling in de nieuwe oude wereld zal vooral bepaald worden door de mate waarin voorzien kan worden in de sterk toenemende energievraag. Zolang de productiviteit geconcentreerd blijft rond de grote havensteden zie ik nog niet al te veel dreiging. Nu al blijkt de leveringsbetrouwbaarheid en kwaliteit te lijden onder de enorme vraag. Wordt echter het hele land ontsloten dan staat 1/6 van de wereldbevolking klaar als een enorme menselijke machine. Veel minder wordt er gesproken over India. Qua inwoneraantal ongeveer zo groot als China, maar in infrastructuur beter ontsloten. Daarbij komt dat Indiërs, in tegenstelling tot Chinezen, geen spaarders zijn. De groeiende middenklasse is daarmee een enorme groeimarkt. Een slapende grootmacht waarvan ik veel verwacht.
Momenteel zet ik mijn eigen geld op landen als Indonesië, Thailand en Vietnam. Op iets langere termijn zal daar Cambodja bijkomen. Als ooit de bevolking van Myanmar (Birma) wordt bevrijd van haar machtshebbers, dan ontsluit zich een nieuwe markt van 44 miljoen inwoners die tot nu toe van alles zijn verstoken, maar beschikken over een schat aan natuurlijke rijkdommen. Ik vrees alleen dat het nog lang duurt voordat we kunnen beginnen deze win-win te ontwikkelen. Dichter bij huis blijft Spanje een ‘outperformer’. Grote zorgen maakte men zich dat de toetreding van de nieuwe lidstaten ten koste zou gaan van de eigen economische groei. Inmiddels lijkt de angst niet terecht. Spanje blijft het uitstekend doen en dat heeft met name het Nederlandse bedrijfsleven goed begrepen. We hebben ruim meer dan ons ‘fair share’, tot genoegen overigens van de Spanjaarden zelf, die heel graag zaken doen met ons Nederlanders.
Noordwijkerhout, januari 2006
Abonneren op:
Posts (Atom)